Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en hem — een band die, hoewel voor allen onzichtbaar, meer beteekende dan alle zichtbare verwijdering.

Op een warmen namiddag waren zij allen te zamen in het park aan het tennissen, toen plotseling een regenbui hen overviel. Bij de eerste druppels had Carla haastig haar hoed afgezet, blijkbaar haar best doende hem tegen den regen te beveiligen. En Baby, die juist bezig was te demonstreeren, dat een ronde hoed, als hij een beetje groot was, best voor parapluie kon dienen, plaagde haar, vragend of zij misschien bang was „dien mooien hoed" door den regen te laten bederven.

„Die hoed is voor mij de mooiste dien iki)ezit," zeide Carla op zachten ingehouden toon, maar Barthold die vlak bij haar stond, hoorde het, en een gedachte flitste hem door de hersens, welke het bloed in onstuimige golven naar zijn gelaat drong. Hij bleef echter doorspelen alsof hij niets gehoord had, maar zijn emotie was zoo fel, dat hij — anders een geoefend speler — nu eiken slag miste. Tot zijn verademing gingen de aanvankelijke droppels plotseling in een waren gietregen over, zoodat de jonge meisjes, al gierend uit elkaar stuivend, onder een lachend gegil het groote grasperk over naar huis renden.

Ook Johan was gevlucht, en Barthold bleef dus in minder dan geen tijd alleen over. Goddank, die bui vond hij een uitkomst, want doorspelen was hem onmogelijk. Zonder zich in het minst om den slagregen te bekommeren, er nauwelijks op lettend, sloeg hij een dicht begroeid pad in, volgend zijn kronkelingen geheel doelloos, zonder zelfs te weten waar hij heen wilde, en kwam zoo aan de achterzijde van het buiten, waar een groote rustieke koepel van gevlochten eikentakken de uiterste grens der bezitting vormde, daar waar een smalle greppel haar scheidde van het naburige landgoed.

De koepel was eenige trappen hoog, en hij ging er binnen, werktuigelijk luisterend naar het kletteren van den regen — een kletteren dat na eenige minuten allengs trager werd en toen ophield. En even abrupt als de zon daareven was schuilgegaan, kwam zij nu weder te voorschijn, scheurend de wolken en begroet door een schel gejubel uit duizend vogelenkelen in de hooge boomtoppen.

Barthold lag over de balustrade geleund het hem omringende in zich opnemend met eene hem zelf vreemd voorkomende intensiteit van sensaties. Het was alsof het perceptievermogen zijner zintuigen verdubbeld was en hij de dingen

Sluiten