Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„O! hoe kunt gij zoo zijn! Laat mij toch gaan! Het mag immers toch nooit zijn nooit!"

„Wat mag niet zijn?" vroeg hij hartstochtelijk. En geheel buiten zichzelf, deed hij iets wat hij enkele weken te voren in eiken man waanzin zou hebben geacht. Hij knielde op den grond en kuste de kanten van haar kleed, waaruit een zachte fijne geur hem tegenstroomde, een geur die hij reeds kende, die haar altijd omgaf, en die hem nu bedwelmend naar het hoofd steeg.

„Zeg me toch wat niet mag zijn. Alles mag immers! O! Carla, ga niet heen! Spreek dan toch!"

Hij trok een harer handen van haar gelaat weg, en de warme ronde blanke arm, heenschemerend door de zwarte kant, lag nu lijdzaam en gewillig in zijn beide handen. Heelemaal krankzinnig nu, drukte hij er zijn gezicht tegen en zijn voorhoofd en zijn lippen, hemel en aarde vergetend, tot haar stem hem tot bezinning riep.

„ Het is beter dat ik van hier ga je bent te rijk.... ik ben

te arm. Ik zou nooit je vrouw willen worden."

„Rijk arm wat is dat?" vroeg hij diep ademend. „Is

het dat, wat niet mag zijn?"

Toen hij bij die vraag opzag, staarde zij in zijn gelaat vol passie, in oogen uit welker donkere diepten een gloed lichtte, welke haar bewees hoe volkomen haar overwinning was.

„Laten wij ernstig en kalm zijn!" sprak zij overredend, haar arm, waar op nieuw zijn gloeiend gelaat tegen rustte, uit zijn greep bevrijdend. En met zachten dwang deed zij hem opstaan en naast haar zitten. „ Luister, laten wij vergeten deze oogenblikken. Ik heb me door mijn gevoel laten meesleepen.... dat was niet goed. Juist dat vreesde ik boven alles en daarom vermeed ik je. Trouwen met een doodarm meisje als ik ben kan toch niet. Je vader zou er zich natuurlijk tegen verzetten."

„Carla, ga zoo niet voort, Het is eene ontheiliging zulke dingen zelfs te denken!"

Hij stond op in vreemde verwarring, als willende iets ontvluchten nu, en ging een eind verder tegen de balustrade aanleunen, naar haar ziende als ware zij een droom, een visioen, als zag hij haar nu pas voor het eerst.

„Carla het is me alles zoo vreemd. Ik begrijp het niet.

Weet je het wel zeker dat je iets voelt voor mij. Houden van mij.... kan dat wezen ? Ik ben leelijk, ik weet het, en ik ben lomp en onhandig en preekerig en vervelend voor mijzelf en

Sluiten