Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Dat huwelijk is Johan's eigen werk. Mijn vader staat daar geheel buiten, wees er verzekerd van."

Barthold sprak op zoo stelligen toon, dat hij haar dadelijk overtuigde.

Zij sloot onwillekeurig de oogen. Gloeiende wraakgedachten doortintelden haar weder. Maar zij dwong zichzelve tot het tegenwoordige terug te keeren; en met dezelfde geslepenheid die zij tot dusverre aan den dag had gelegd, wist zij zich langzamerhand, doch niet dan na lang tegenworstelen, het plechtige jawoord te laten afdwingen. Maar zij stelde de voorwaarde van stipte geheimhouding totdat zijn studiën verder gevorderd zouden zijn. En daar zij alles van te voren had overlegd en berekend en hij nauwelijks wist wat er met hem gebeurde, viel het haar niet moeielijk hem alles te laten beloven wat zij wilde, wist zij de meest klemmende argumenten bij te brengen om hem te overtuigen, dat het dringend noodzakelijk was hun verhouding voor een ieder te verbergen.

Hoewel het meer met hare onmiddellijke belangen strookte openlijk de verloofde van den zoon des huizes te wezen, vreesde zij tegenwerking, vreesde zij van de zijde zijner ouders een stellig verbod en tal van invloeden, die op Barthold's „jongensachtige zwakheid", zooals zij het noemde, zouden kunnen inwerken. Veel beter was het dus eerst zijn meerderjarigheid af te wachten. Hij was nu twintig. Drie jaar was nog wel een lange tijd, maar met de laatste troefkaart die zij nog in handen had, wilde zij voorzichtig zijn, niet door te groote voortvarendheid de toekomst in gevaar brengen.

Ook begreep zij het voor zijn aard prikkelende van een geheimen band, die zou binden zonder hem de zekerheid te schenken van haar bezit.

Toen zij eindelijk na tal van teedere beloften en afspraken van verdere geheime samenkomsten de koepel verliet, speelde een zegevierende glimlach haar om de lippen, had zij het bewustzijn haar namiddag goed te hebben besteed.

Zou dan toch eindelijk die verschrikkelijke angst voor de toekomst van haar zijn afgewenteld? Zou zij zich eindelijk weer de gelijke kunnen gaan achten van vrouwen, die haar nu met een zekere achteloosheid durfden bejegenen ondanks den voet van gelijkheid waarop de Meryans haar plaatsten? Zou zij eindelijk weer kunnen genieten de weelde waaraan zij behoefte had en bezitten de voorrechten van jeugd en schoonheid als voorheen,

Sluiten