Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

met hare geheele ziel haakte juist naar datgene wat hij zou bezitten en waarmede zij wist dat alles — eer, aanzien, invloed, en de vele dingen die zij boven alles begeerde — te koopen was, vergaf hem bij oogenblikken zijn bezwijken voor de verzoeking. Dat het fortuin van de Meryans in de verste verte niet kon opwegen tegen de millioenen door Alida's vader in de koloniën vergaard, dit zag zij thans duidelijk in, en zijn daad werd er minder hatelijk door in haar oogen. Maar haar machtelooze wrevel keerde zich des te meer tegen Alida. Jaren van haar leven hadde zij er voor gegeven om nog eenmaal, vroeg of laat, de macht te hebben op „ die dochter van parvenu's" te wreken al de kwellingen, die het zien van dat insolent geluk haar bereidde.

En Alida stookte de vlam van dien onzichtbaren haat in alle onschuld aan. Niets vond zij zoo genotvol en pikant als al het moois wat zij bezat te laten bewonderen door oogen, die zij wist dat nooit op dergelijke eigen schatten zouden rusten. Er lag niets boosaardigs in dat genot, integendeel. Van haar Indische moeder had zij geërfd een hartstocht voor kleinoodiën en juweelen en alles wat slechts schitterde of kleurrijk was en veel geld kostte. Een voorwerp scheen haar pas begeerlijk van het oogenblik dat het duur was. Haar begrip van leelijk of mooi regelde zich naar den prijs die er voor betaald moest worden. En hoe streelden haar dan de uitroepen van bewondering van hen, die dit alles onbereikbaar voor henzelven moesten achten! Maar van deze sensatie gaf zij zich geen rekenschap. Zij was in dat alles volkomen naïef. Zij vond het heel goedhartig iemand te laten genieten van het zien van dure, kostbare dingen. Eens zelfs, in een plotseling élan, hing zij Carla een prachtigen parelsnoer om den hals:

»Kijk, die zouden jou mooi staan met je blanke teint. Het zijn de grootste die op dit oogenblik te krijgen zijn. Papa had ze bij een Parijschen juwelier besteld, en deze zeide niet te weten hoe hij er aan zou komen. De man is eindelijk zelf naar Italië gegaan om ze bij elkaar te zoeken. Alleen de Duitsche Keizerin, zegt hij, heeft paarlen van deze grootte. Zij zouden je bepaald flatteeren, Carla."

Met deze woorden haakte zij den collier weer los, om ze in het blauw fluweelen foudraal en vervolgens in haar juweelkist te sluiten, overtuigd iets heel liefs te hebben gezegd.

„Zie eens," vervolgde zij lachend, „dit foudraal kan er haast

Sluiten