Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Zoo, zoo! — Weet je wel dat ik ook geëngageerd kon zijn nu ik zestien ben?" zeide zij, zich in haar volle waardigheid oprichtend. „Men trouwt heel dikwijls op zijn zeventiende. Een van de Belgische princessen is vóór haar zeventiende getrouwd. Carla heeft het me zelf verteld."

„Wezenlijk.... dat wist ik niet. Dan wordt het een ander geval!" zeide Johan quasi-ernstig, „dan zullen we voor dit prinsesje ook gauw een prinsje moeten zoeken. Maar willen we nu, om te beginnen, met de poppen bruiloftje gaan spelen, zooals vroeger? Dat is hetzelfde alsof het heuscli gebeurt!"

.. Akelige plaaggeest!" zeide Baby boos wordend. „ Al doe je nu nog zoo mal.... ik weet toch wat ik weet!...." En zij zette een hoogst gewichtig gezicht.

„Wat weet je, klein ding? Zeg nu eens precies al wat je weet en al wat je niet weet," zeide Johan, onwillekeurig een beetje nieuwsgierig wordend, maar toch zijn plagenden toon volhoudend. Hij hield zooveel van zijn mooi zusje als hij van iemand houden kon, maar vond niets zoo prettig als haar boos te zien, daar het naïef-kinderlijke in haar dan nog sterker uitkwam.

Baby was op het punt te zeggen, hoe zij geloofde, dat Carla ook op hem verliefd was geweest, maar haar reeds ontwakend vrouwelijk instinkt hield haar terug; en bovendien was zij nu veel te boos op hem om iets te zeggen wat hem natuurlijk pleizier zou doen. Want wat was heerlijker dan te hooren dat iemand verliefd op je was? — Aldus bij zichzelve redeneerend, sloot zij het kleine mondje stijf dicht en zweeg.

„Zie je nu wel dat je niets weet!" hernam Johan, juist op het oogenblik dat zijn moeder binnenkwam.

„Moesje, is het waar of niet, dat men op zijn zestiende jaar trouwen kan?" vroeg zij dadelijk.

„Dat kind droomt van trouwen — weet u dat?" zeide Johan.

„Och kom, gekheid!" lachte Johanna. „Ga liever boven je lessen leeren, Baby.... dat is beter dan onzin te praten."

Baby ging diep beleedigd de kamer uit.

„ Zeg, Johan, ik vind dat geen geschikt onderwerp om haar meê te plagen," zeide Johanna thans.

„Ik begon er niet over, moeder, waarlijk niet. Zij is het die haar hoofd al vol schijnt te hebben van die dingen.... Kan Carla misschien in dat opzicht een verkeerden invloed hebben? U weet, die Fransche meisjes worden zoo geheel anders opgevoed. Het is te hopen, dat zij het kind niet met verkeerde praatjes bezighoudt."

Sluiten