Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En weer ontving Barthold denzelfden indruk als altijd — een indruk die hem boeide en prikkelde tevens, en die thans met een zekere spanning gepaard ging, wijl hij begreep nu weldra achter dat koele gelaatsmasker een blik te kunnen werpen. Een brandende nieuwsgierigheid welde bij hem op.

„ Zeg, Neflervroeg hij aan een student, die toevallig dicht bij hem stond, „ ik hoor dat hij die daar juist binnenkomt — Martalis heet hij immers? — ons op een redevoering zal vergasten en een zoogenaamd politiek debat zal inleiden.... wat is zijn richting? Zeker liberaal?"

„ Liberaal Martalis!" antwoordde de ander bijna opstuivend.

„Waar kom je vandaan? Een huisvriend van de Denners en dan een liberaal! Neen, hij is een rooie! een echte rooie! een com-

munard, een opruier, een sociaal-democraat een van de echte

onvervalschte soort!"

Barthold staarde hem als verwezen aan.

„Een sociaal-democraat.... die Martalis, die daar staat?"

„Ja, dezelfde Martalis die daar staat, en dien men op 't oog voor een fatsoenlijk man zou houden!" zeide Nefler, met een ironische tinteling in zijn oogen den vrager aanziende.

„ En hij is bevriend niet de Denners ?"

„Nu, verwondert je dat? Je weet toch wel dat Denners au

fond enfin op 't kantje af is. Dat is in officiëele kringen wel

bekend, maar men knijpt één oog dicht, begrijp je, omdat hij een verduiveld knap docent is. Enfin, brisons la dessus. Op zijn colleges is hij strict neutraal; met de rest hebben wij ons niet te bemoeien."

„ Maar hoe weet je dat Martalis werkelijk een...Barthold aarzelde het woord uit te spreken — „ dat hij een socialist is ? Hij zelf zal zoo iets toch niet bekennen?"

„Of hij het bekent!.... het is zijn eeretitel, mijn waarde Meryan. Wij allen, zooals wij hier staan, zijn slechts verachtelijke bourgeois in zijn oogen, goed voor de guillotine en niets anders!"

„En hoe komt het dat niemand me dat ooit gezegd heeft? Ik heb vroeger dezen en genen wel eens naar hem gevraagd, omdat iets in zijn uiterlijk me frappeerde."

„ Nu, zoo heel lang is het ook nog niet ruchtbaar geworden. Alleen de jongelui die hier aan huis komen zijn meer persoonlijk met hem bekend, want hij gaat hier in Delft met niemand om.

Toch moet hij, naar ik hoor, van zeer goede afkomst wezen

oud-Zeeuwsche adel, maar zijn titel wil hij niet dragen; zoo'n

Sluiten