Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat een samenleving gebaseerd op gemeenschappelijk produceeren uit louter engelen zou moeten bestaan. Die engelen-theorie is op één lijn te plaatsen met de zoogenaamde gelijkheidstheorie. Even als de sociale evolutie, door het openstellen der levensarena voor allen, juist naar een verscherping van de natuurlijke ongelijkheid onder de menschen heenwijst — in flagrante tegenstelling met de huidige kunstmatige nivelleering van de leden van elke afzonderlijke kaste — evenzoo houdt onze sociale wetenschap vóór alles rekening met het echt menschelijke in den mensch. De maatschappelijke utopisten van alle eeuwen konden hunne gefabriceerde wereldjes met engelen bevolken. Bij een illusionairen staat passen illusionaire wezens. Hun fantasie konden zij den vrijen teugel laten.

„ Maar de moderne sociologische wetenschap is geworteld in den vasten bodem van het gewordene. Zij ziet — met het boek der geschiedenis opengeslagen voor zich — de maatschappij als een complex van invloeden, waarvan de mensch niet is de maker maar veeleer het resultaat. In plaats van luchtkasteelen te bouwen, bepaalt zij zich tot het bespieden van de realiteit en den gang van zaken, tot het voortstuwen in de aangewezen richting, tot het opruimen van de hinderpalen welke den natuurlijken ontwikkelingsgang belemmeren.

„Zij predikt derhalve geen altruïsme in een maatschappij die berust op egoïsme, zelfs in die mate, dat de consequente toepassing der Christelijke leer het maatschappelijk raderwerk van heden zou doen stilstaan. De sociologische wetenschap moraliseert noch idealiseert, doch beluistert den koortsigen polsslag van het sociaal en economisch leven. Zij weet dat de mensch deitoekomst zal blijven mensch, d. w. z. het product van zijn tijd en van de omstandigheden waaronder hij leeft. Dat die mensch, zoolang de wereld zal bestaan, zich blijft vervormen naar, aanpassen aan de elkaar opvolgende economische toestanden, even als zijn moraal zich vervormt, even als de zeden en wetten gedwee de tijdstroomingen volgen.

„ Men denke hierbij slechts terug aan enkelen der hoogste geesten in de oudheid — aan een Plato, die, zich niet kunnende plaatsen buiten zijn tijd, zelfs in zijn ideaal-staat slaven noodzakelijk achtte; aan een Socrates, die zeden huldigde, welke wij thans afschuwwekkend en misdadig achten. In diezelfde mate zijn wij negentiende-eeuwers producten van onzen tijd, slaafschevolgelingen der heerschende moraal, der heerschende ideeën en opvattingen.

Sluiten