Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

slechts zichzelf en al wat er in de laatste weken in hem had gewoeld en gestormd met ongekende hevigheid.

„Niemand kan begrijpen," steunde hij, ,,wat het is, langzamerhand alles anders te gaan zien dan vroeger, zich te voelen ontsnappen alles waaraan men ten minste nog eenig hoüvast meende te hebben. Tot dusverre kende ik slechts één evangelie.... mijn vader! Het hinderde me reeds in den laatsten tijd me van zijn opvattingen te voelen vervreemden, in zooverre dat deze mij niet langer konden bevredigen. Neen, zij bevredigden mij niet, hoewel mijn vader zelf voor mij nog altijd is het type van den sterk willenden, rotsvasten mensch, het type van al wat goed is en edel. Want hij zelf, hoewel kapitalist, begrijpt niets van de wijze, waarop die groote fortuinen gevormd worden! Als hij het eenmaal weten en begrijpen zal "

Hier hield Barthold op, blijkbaar niet bij machte zijn gedachten onder woorden te brengen, en Robert, kalm doorrookend, sprak geen syllabe.

,, Nooit heb ik kunnen berusten in wat was " hernam hij

met een zekere onstuimigheid, „ en dat niet alleen, maar ik minachtte al wat zoogenaamd niet op mijn eigen hoogte was! Ik haatte de slechtheid en kruiperigheid van de meesten en walgde vooral van de grofheid en ruwheid van het gepeupel — van hun vuilheid, physiek en moreel!

,. Te denken, dat ik meende te zijn wie ik was door eigen superioriteit, dat ik het soms ergerlijk vond dezelfde lucht te moeten inademen als het plebs uit de achterbuurten! En nu alles te gaan zien zoo geheel anders.... te begrijpen dat wij, de hooger ontwikkelden, wij de fijner bewerktuigden, de opperste tienduizend — dat wij zijn de erfelijke parasieten der maatschappij, dat wij absorbeeren in gulzige hebzucht de gansche som van levensgenietingen door de natuur bestemd voor allen; dat wij die denken kunnen en weten de eigenlijke schuldigen te zijn, nu wij onze macht, ons intellect — verkregen ten koste van de eeuwenlange slavernij der massa — gebruiken, niet om af te doen dien zwaren schuld der eeuwen, maar om wat vertrapt is zoo mogelijk te blijven vertrappen, om te blijven exploiteeren de machteloosheid der onkunde, die te gebruiken als meststof voor de akkers van ons intellectueel leven. Niet zijn wij wat wy zijn door ons zeiven, maar door anderen. Allen die op aarde gedacht en geleefd en gewerkt hebben, in alle lagen en klassen, hebben het hunne bijgebracht tot onze vorming, tot het vermogen met intensiteit

Sluiten