Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vaardigd in de ateliers van een der eerste faiseuses — verscheen zij als in een nieuwe gedaante, stralend van jeugd en schoonheid, terwijl de innerlijke convictie dat ook haar eenmaal de plaats zou toekomen, welke thans de bruid innam, aan haar optreden èen zekerheid gaf welke zij anders wellicht hadde gemist. De zachtgetinte zilverachtige stoffen, teekenend de graciele lijnenharer gestalte, plooiden zich om haar in sobere lenigheid, geleken wanneer zij ze droeg in niets op wat gewoonlijk in die kringen gezien werd. En den indruk dien zij maakte las zij in den blik van eiken man, in de koele verwonderde oogen van elke vrouw, die buiten den kring der meer intieme kennissen staande, zich afvroeg wat ter wereld Meryan had kunnen bewegen dit meisje als gouvernante in huis te nemen.

Toch stelde Carla zich niet op den voorgrond, integendeel. Wel dronk zij ze in met genot, de stille hulde haar gebracht. Wel gunde zij zich de weelde — nu zij zich algemeen bewonderd voelde, den man die haar verstooten had in deze dagen te bejegenen met een bijna insolente geringschatting, die voor ieder ander dan voor hem zelf onzichtbaar bleef. Maar zij effaceerde zich met toenemende bescheidenheid naarmate zij haar triomf volkomener wist. Zij troonde niet als een zegevierende schoonheid, haar grootste charme lag juist in het schijnbaar niets beseffen van het effect door haar teweeggebracht. Zelfs Robert, die altijd beweerde ten opzichte van vrouwen onmeedoogend scherpziende te zijn, en ook inderdaad vrij helder zag, werd op een dwaalspoor geleid. Zijn aanvankelijke argwaan verdween. Zij was veel te jong, veel te naïef om zich haar eigen macht bewust te zijn, dacht hij bij zichzelf. En hiermede achtte hij ook opgelost het hem voorheen bijna irriteerend raadsel, hoe die vrouw een jongen als Barthold kon liefhebben. Zij had blijkbaar nog niet geleerd hare schoonheid te cóteeren als een marktwaarde, zooals de meeste vrouwen in hare positie deden. Bij intuitie waarschijnlijk had zij het onvervalschte goud van Barthold's natuur ontdekt; en zijn verbeelding trok nu een voor zijn artistieke behoeften weldadige parallel tusschen haar uiterlijke en zijn innerlijke schoonheid, in verband met haar echt vrouwelijke volgzaamheid en de zich bij hem ontwikkelende geestkracht.

Hoe betooverend zacht was zij, wanneer onder het repeteeren hij haar zijn opmerkingen niet spaarde, hoe gedwee volgde zij elk zijner wenken, haar oogen telkens naar hem dwalend, als afbedelend een woord van goedkeuring. Zijn sensationeele indrukken legden

Sluiten