Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Ik geloof het nitjt, voor zoo iets moet men een bijzonderen aanleg bezitten. Ik voor mij durf ten minste genist voor mijn natuurlijke evenwichts-voorkeur instaan."

„Mijn leuze is, dat wie niet voor mij is tegen mij is!" zeide Meryan op zijn meest apodictischen toon. „ Ik vind dat een ontwikkeld ernstig man verplicht is zich aangaande de vraagstukken van zijn tijd een overtuiging te vormen, en volgens die overtuiging te denken en te handelen. Als er naar mijn inzien verkeerde invloeden in de maatschappij aan het werk zijn, mag ik mij zelfs niet onttrekken aan de taak die te helpen vernietigen."

Robert wilde antwoorden, toen voor het eerst de stem van Barthold zich deed hooren.

„Zoo begrijp ik het ook, vader. Robert's neutraal standpunt is me altijd een raadsel. Men kan en mag zich niet blijven onttrekken aan wat er om ons heen gebeurt. Als men genoeg heeft gezien en gelezen en nagedacht om zich een richting te kiezen ...."

„ Mijn richting heeft me geleid tot de overtuiging dat ik er nooit eene zal hebben!" viel Robert in. „Die richting heeft even goed recht van bestaan als elke andere. Met mijn maatschappelijk geweten voel ik me volmaakt in 't reine!"

Meryan's gelaat helderde op bij de woorden van zijn zoon. Het gesprek met Robert had hem hevig ontstemd. Dat „ te koop loopen met een onrijp cynisme" zooals hij het bij zichzelven noemde, vond hij stuitend. Hij begon zelfs ernstig zijn invloed op Barthold te vreezen.

„Het verheugt me, Bart, in jou een bondgenoot te vinden!" zeide hij, en zijn stem klonk als het schuren van een stalen lemmet over steen, maar dit gold uitsluitend Robert, hetgeen dezen een verfijnd epicuristisch genot bereidde. „ Jij bent nu nog te jong om je een overtuiging te kunnen vormen, daar kan je nog heel wat jaren meê wachten. Maar later hoop ik dat je niet werkloos zult blijven toezien wanneer gevaarlijke elementen in de maatschappij bovenkomen."

„Bedoelt u met die „gevaarlijke elementen" de socialistische beweging?" vroeg Barthold, terwijl Robert hem ter waarschuwing een snellen blik toewierp.

Zijn vader zag hem bijna ontsteld aan.

„Natuurlijk!" zeide hij met nadruk.

„ Maar u eerbiedigt toch de sterke overtuiging van hen die haar

leiden ? "

Sluiten