Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niet twijfelen aan iemand wiens leven zelf één daad is. Toen hij als predikant niet meer gelooven kon, gaf hij zonder aarzelen het prestige prijs, dat hij zich door zijn redenaarsgaven had verworven. Toen hij het wreede en barbaarsche van onze maatschappij ging begrijpen, trad hij er uit om als een eenvoudig werkman te gaan leven. En nu kan iemand met zoo een verleden toch niet plotseling een slecht mensch worden!"

„Neen, Anna," zeide haar moeder, „nu stel je de kwestie verkeerd. Er is niet maar alleen wit en zwart op de wereld, daartusschen liggen oneindig veel tusschentinten, en juist in die tusschentinten vinden wij meestal de waarheid, vooral waar het een zoo gecompliceerde natuur als die van Baltian Rustin betreft. Ik voor mij geloof vast aan zijn overtuiging, in zooverre dat hij zeker niet bewust onwaar is tegenover zichzelf en anderen, en het volk opzettelijk misleidt. Maar hij wordt geheel beheerscht door de omstandigheden, en indien hij waarlijk groot was, zou hij de omstandigheden beheerschen. Er behoort veel minder zielekracht toe in geestdrift zich te immoleeren voor zijn ideaal, dan te midden van het gewoel van partijen en meeningen en persoonlijke veeten en rancunes zichzelf getrouw te blijven. Dat Rustin, na het parlementaire leven te hebben medegemaakt, en. als geïsoleerd socialistisch afgevaardigde tegenover een hem vijandig staatslichaam, zijn volslagen onmacht te hebben gevoeld, slechts kan verachten de politieke kuiperijen, en zelfs, voor minder eerlijke of minder ontwikkelde socialistische afgevaardigden dan hij zelf, vreest den demoraliseerenden invloed van die sfeer, dat is volkomen te begrijpen. Maar aan den anderen kant moest hij inzien, dat een uitsluitend agitatorisch revolutionnair optreden niet genoeg kracht kan uitoefenen. De parlementaire strooming moet er dus ook wezen. Ongelukkigerwijze zijn er persoonlijke rancunes en gekwetste eigenliefde in het spel, en nu krijgt de

strijd door hem gevoerd een karakter dat men op zijn zachtst

genomen onwaardig kan noemen. Aan hem was het geweest, te midden van den strijd voor zijn overtuiging, den eenvoud te betrachten van den wijsgeer, te begrijpen het streven der jongeren, te erkennen het recht van andersdenkenden, en vooral te kiezen geheel andere wapenen dan de thans door hem gebezigde — wapenen vaak zóó onedel, dat zij ontheiligen zijn eigen verleden en de hoogheid van zijn ideaal. In dat alles heelt hij gefaald. Anna, dit is niet te ontkennen. Hij is groot geweest, maar helaas niet groot gebleven.

Sluiten