Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zal afstralen door mijn maatschappelijke positie? Niet waar, zóó ongeveer is je redeneering? En zoo was de mijne toen ik, nu ongeveer acht jaren geleden, het practisch terrein van den strijd betrad."

Barthold zeide niets.

„Wat was ik jong en naïef! Ik meende toen nog, even als gij thans, dat de kern onzer beweging een ethische was, terwijl zij hoofdzakelijk is een klassestrijd, in verband met een economische omwenteling. Vandaar dat het behooren van enkelen onzer tot de kaste der bevoorrechten juist onze taak verzwaart, want het vertrouwen der onderdrukten te winnen is moeielijk. Van henzei ven moet dan ook de groote kracht uitgaan; wij kunnen alleen steunen, ontwikkelen. Slaven kunnen door verandering van wetten, door hervormingen, door een omverwerping van gezag, of zelfs door een gewelddadige revolutie, wel van meesters veranderen, maar nimmer vrij worden. Dat heeft de Fransche revolutie ons geleerd, die slechts machtsmisbruik verplaatste, die, in plaats van het gezag van adel en priesters, het gezag van den derden stand proclameerde. Alleen door eigen inspanning, door de macht van weten en begrijpen, vermogen de onderdrukten hun boeien te verbreken. En zoolang drie vierden van eene samenleving erfelijke meesters heeft en een logge, inerte, onkundige, redelooze massa vormt, zoolang moet de beschaving op haar baan blijven stilstaan. Begrijp je nu hoe de geestelijke bewustwording van één enkelen proletariër ons meer waard is dan het ethisch willen van een aantal onzer eigen klassegenooten? Zij kunnen slechts, steunend op hun dieper historisch inzicht, helpen, vergemakkelijken het stijgen der anderen, maar die andere zich bewust-gewordenen bouwen de toekomst."

„Maar gij zelf dan?" vroeg Barthold. „Waarom kunt gij nuttig voor de beweging zijn en ik niet? Onze positie is dunkt me dezelfde."

„Ik beweer geenszins, Meryan, dat, wanneer gij de leelijkheid

van het politiek ageeren en het afzichtelijk partij-geharrewar in

het aangezicht durft zien, gij niet voor de beweging nuttig zoudt

kunnen wezen, maar ronduit gezegd vraag ik mij of gij wel

van het hout gesneden zijt, waarvan men partijhoofden maakt . „ >>

en ....

Hij hield op. als aarzelde hij zijn geheele gedachte uit te spreken, zoodat Barthold eenigszins geprikkeld inviel:

„ Kort en goed, gij houdt mij voor een van die naturen, die

Sluiten