Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

naar de oppervlakte. Het was alsof het lijden waarop hij doelde hem was geworden tot een pantser tegen elke gewoon-menschlijke gemoedsbeweging. Hij sprak op kalm-zakelijken toon als gewoonlijk. en scheen alleen zich even te willen bezinnen om zijn herinneringen te ordenen.

„Ik ben niet zoo heel licht uit het veld te slaan," klonk het na die korte stilte. „De storm bijvoorbeeld dien Rustin in zijn blad, en door zijn persoonlijk optreden, tegen mij ontketende, toen ik hem op een avond openlijk het noodlottige van zijn afbrekende tactiek onder de oogen bracht, kon mij wellicht één oogenblik ontmoedigen, mij doen buigen kon hij niet. Maar omstreeks dienzelfden tijd gebeurde er iets anders, en dit trof mij diep, omdat ik nog zoo onervaren was, een beginneling in de oefenschool des levens.

„ Zooals je weet, ben ik pas op mijn tweeëndertigste jaar hier in Delft komen studeeren. Toen ik te Middelburg, waar mijn vader bankier is, de Hoogere Burgerschool had doorloopen, nam hij mij eerst op zijn kantoor en zond mij op mijn twintigste jaar naar Amsterdam, om mij bij een zijner vrienden aldaar verder in het vak te laten opleiden. Ik haatte dien werkkring, maar het vooruitzicht in de hoofdstad mij in ruimeren kring te kunnen bewegen, en daar wellicht uiting te kunnen geven aan zooveel wat reeds in mij woelde en gistte, deed mij dien afkeer onderdrukken.

„Een gelukkige samenloop van omstandigheden bracht mij toevallig in aanraking met een groep jonge mannen, echte beeldstormende geesten, toegerust met schitterende gaven en een onleschbaren ontwikkelingsdorst, en die hunkerend naar nieuwe elementen van schoonheid in al 's levens openbaringen, in kunst, in wetenschap, in de maatschappelijke verhoudingen, met een stoutmoedigheid zonder wedergade nieuwe banen ontwierpen en een weelderigen oogst van jonge frissche geestesbloemen over den lande uitstortten. Het was een vast aaneengesloten vriendengroep, die in jeugdigen overmoed een waar terrorisme uitoefende, ieder op zijn eigen terrein. En in die groep, voor een ieder ontoegankelijk, werd ik opgenomen, en voor het eerst van mijn leven kon ik geheel mijzelf zijn, mij in vrijheid overgeven aan elke gedachte, aan elke wilde speling mijner fantasie! Hoe schoon, hoe vèr-strekkend waren onze droomen, onze illusiën! Het zouden de gelukkigste jaren mijns levens geweest zijn, indien ik, bij dat opbruisen van mijn geestelijk en intellectueel leven, mij niet ge-

Sluiten