Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

diend, zelfs in een parlement, door de enkele rechtschapen elementen, welke zich daar even goed als elders zullen bevinden en die in elke partij aanwezig zijn. Maar wij arbeiders komen geen haarbreed verder door het zenden van socialistische afgevaardigden naar de kamer. Eerlijke democraten, die den moed hebben te midden van den politieken modderpoel eerlijk, althans zoo eerlijk mogelijk, te blijven, kunnen even goed als socialisten de hervormingen helpen tot stand brengen die wij het allereerst noodig hebben: kortere werktijden, hoogere loonen, staatspensioneering, kamers van arbeid, sluiting der branderijen, geleidelijke afschaffing van erfrecht enz Maar de groote kracht ter bevrijding moet uitgaan van ons zeiven. Als wij denken dat, zoodra er socialisten in het parlement zijn, de gebraden appels ons in den schoot zullen vallen, zijn wij er leelijk aan toe, en juist in dat steunen op anderen ligt een groot gevaar. De wetten loopen niet op de toestanden vooruit, de wetten kunnen ons geen innerlijke kracht geven. Wij zwakkeren moeten, door-ons te organiseeren, te ontwikkelen, door hoogere menschen te worden, veranderen den geest die de samenleving bezielt. En wij moeten ons tevens doen gelden, den kop opsteken als een lang mishandelde hond, die eindelijk half dol geworden de tanden laat zien. Wij moeten, in plaats van in kroegen ons laatste verstand te verzuipen, ons zedelijk en verstandelijk versterken, en beter dan in het parlement kunnen de socialistische voormannen met hun meerdere ontwikkeling ons daarbij behulpzaam zijn buiten het parlement. Zóó zullen niet wij maar dan toch onze kinderen of kleinkinderen eindelijk overwinnen, door een geweldige omwenteling indien het moet, op vredelievende wijze indien het kan.

„Die woorden hoor ik als het ware nog," ging Barthold voort. „Ik geloof, dat mannen als gij de belangen der arbeiders beter kunt dienen door hen te helpen zich te organiseeren en te ont wikkelen, dan door in de kamer speeches te houden, waarnaar de aanhangers van het bestaand regime toch vastbesloten zijn niet te luisteren, en wetten voor te stellen, die zeker niet worden aangenomen, wanneer zij de slachtoffers weerbaar zouden maken."

Martalis zeide niets. Zijn werken en streven en ageeren als partijhoofd had in de laatste jaren te uitsluitend zijne gedachten in één en dezelfde richting gestuwd, dan dat een der door Barthold opgesomde argumenten vat op hem kon hebben; en zijn

Sluiten