Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kracht als agitator lag juist in zijn eenzijdigheid. Hij zweeg evenwel omdat hij door langdurige ervaring wist, dat woorden op een krachtige individualiteit toch niets vermogen, en dat de jonge man naast hem, ongestoord, onbeïnvloed door persoonlijken drang, moest doormaken het geestelijk proces, dat thans bij hem in volle

werking was. . ..

„Welnu? " vroeg Barthold na de stilte, die op zijn ontboezeming gevolgd was, „wat zeg je van zoo'n bekentenis van iemand die kort geleden meende geheel aan je zijde te kunnen staan ? Je zult me natuurlijk een zwakkeling noemen.'

„Neen, Meryan, integendeel," zeide hij ernstig. „Ik kan mij, na al de verschillende indrukken door je ontvangen, je twijfelingen zeer goed verklaren, en ik vind ze zelfs noodig. Wie nooit getwijfeld heeft, is voor mij geheel onvertrouwbaar, omdat dan iedei oogenblik de altijd loerende vijand den kop kan opsteken. Deze stemming is mij veel' liever dan de optimistische zekerheid aangaande jezelven van vroeger. Maar laten wij dit alles tot nader orde onbesproken laten. Wij zijn hier waar wij wezen moeten."

Zij bevonden zich geheel buiten de stad en hadden het laatste kwartier een straatweg gevolgd, waar op deze hoogte zich uitstrekte een lange rij deels nieuwe, deels in aanbouw zijnde huisjes van twee verdiepingen, die, hoe eenvoudig ook. in hun wit gepleisterde en nieuw geverfde frischheid een viiendelijken

indruk maakten.

Aan een dier woningen schelden zij aan. In de gang een vroolijk gejoel van kindergetrappel en kinderstemmen dat dadelijk verstomde. Een klein kindermeisje, met een kleur van het stoeien, deed open. Twee kleine kleuters, een jongetje en een meisje, in hun spel gestoord, stonden toe te kijken.

„Mijnheer was niet thuis," luidde het antwoord op Martalis' vraag, „mevrouw wel."

Tegelijkertijd verscheen in de deur der zijkamer een lange blonde vrouw in het zwart, die, Martalis ziende, hem met groote hartelijkheid verwelkomde.

„Thornton is van morgen naar Amsterdam gegaan voor een groote meeting in Volksvlijt," zeide zij, „ maar ik verwacht hem ieder oogenblik thuis. De trein moet zelfs nu al aan zijn.

Martalis stelde zijn metgezel voor.

„ U zult wel goedvinden dat ik onzen jongen redenaar uit Schoterveem heb medegebracht. Ik wilde hem zoo gaarne Thornton leeren kennen."

Sluiten