Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

particulier eigendom zullen eerbiedigen, als het toevallig in hun

kraam te pas komt." .

„Maar, vader, dat kan u toch geen ernst z«n! nep Barthold, onthutst over zoo'n benepenheid van opvatting. „ U zult toch een politiek en maatschappelijk ideaal, dat met individuen en ïndividueele toestanden in geenerlei verband staat, niet gaan verwarren

Ik verwar niets, ik constateer alleen een feit. Iemand die behoort tot een vereeniging, die de maatschappelijke orde vijan ïg gezind is, blijft bij mij niet in betrekking.

„Maar is dat niet juist een bewijs — dat streven naar een andere orde — dat hij de maatschappelijke orde van nu, zoolang die bestaat, strikt denkt te eerbiedigen? Als hij dat met deed zou

imiBrisóns la dessus! Die zaak is beslist en afgehandeld. Maar dank zij mijn eigen zoon heeft hij het zoetder wraak mogen smaken.

In dat ding heb ik moeten lezen dat " „

Ik met den socialist Martalis in Friesland ben geweest.

"Wees zoo goed in mijn huis nooit den naam van een dier ellendelingen te noemen!" viel zijn vader hem in de re,1^ /;°"d" verheffing van stem, maar op een toon zóó scherp en bevelend en tevens zoo diep verachtelijk, dat Barthold's hoofd begon te

gl0tDen man, dien u een ellendeling vindt, hoop ik eenmaal mijn vriend te mogen noemen," antwoordde Barthold hooghartig.

„Indien dit zoo is," zeide Meryan verbleekend tot aan de kppen' en zóó heesch dat hij moeielijk verstaanbaar was, „dan hebben gij en ik elkander van nu af niets meer te zeggen en verzoek ik

ie onmiddellijk deze kamer te verlaten.

Zijn hand' wees gebiedend naar de deur, en Barthoid eveneen door een hevige drift aangegrepen, was op het zwijgend, zijn bevel na te komen, toen een blik op het smartelij vertrokken, in enkele seconden oud geworden gelaat een oogen

blikkelijke reactie teweegbracht. Pnfl „Wees toch niet zoo hard...." zeide hy dringend. Mjn God kunt u dan niets begrijpen van wat er in anderen omgaat Weet u dan heelemaal niet wat het is te worstelen, te strijden, te zoe ken naar iets wat ons vrede kan doen hebben met onszelven e het bestaande? Heeft u dan nooit twijfel gekend, ilooit naar iets anders gewenscht dan het walgelijk gewone, dierlijk lage van wat men in onze sfeer „het leven" noemt?

Sluiten