Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eeuwen. Het is nu geworden de idieëele afschaduwing van de realiteit, van den concreten dwang door de industriëele toestanden

uitgeoefend." , ,, ., , .

Meryan haalde de schouders op. Hetgeen Barthold zeide met al

de warmte zijner overtuiging maakte niet meer indruk op hem dan het schuren van colibri-vleugels tegen een rots. Maar gelukkig voor zijn zoon dacht deze geen oogenblik aan de „brandkastphilosophie" waarvan Robert gesproken had. Nog altijd meende en hoopte hij hem te doorgloeien van het vuur dat hem zelf bezielde.

„Mijn arme jongen.... dat jij zelf te goeder trouw bent betwijfel ik geen oogenblik; maar je laat je verblinden door de holle phrasen van intriganten en gelukzoekers.'

Intriganten en gelukzoekers, de mannen die ik nu van na jij heb leeren kennen!" riep Barthold verontwaardigd. „Intriganten en gelukzoekers, die groote edele figuren, die in alle landen martelaren hunner overtuiging zijn!! Duidelijker dan dooi dit te zeggen, kunt u mij nooit bewijzen, dat u kent noch de beweging zelve, noch hen die daaraan hun leven wijden. Terwijl wij ons baden in weelde, ons niets ontzeggend van wat het leven ons slechts begeerlijks kan verschaffen, integendeel ons dag aan clag afvragen, hoe wij in ons bestaan nog meer genot, in onze genoegens nog grooter prikkel, in onze woningen nog meer luxe kunnen aanbrengen, leven zij willekeurig het schamele armoedige bestaan der onterfden, in hun eenzaamheid, in hun paria-schap naar de wereld, zich in den letterlijken zin des woords voedend met hun idealen, met de schoonheidselementen hunner religie. Maar dit moet er bij gezegd: terwijl zij knielen voor hun altaren, zien zij medelijdend naar allen, wier gevoel te arm, wier gezichtskring 'te bekrompen is om de verschijnselen der wereldevolutie te begrijpen en de machtige eenheids-idee te omvatten. U weet,vader, hoe ik, nog bijna een kind, zocht naar levensschoonheid, zocht naar één godsbloem op deze dorre melaatsche aarde. Die godsbloem heb ik nu gevonden, en gesteld dat het mogelijk ware mij die weer te ontnemen, dan zou het leven voortaan alle waarde voor mij verliezen."

„Welnu, ik wil om jou genoegen te doen, een oogenblik aannemen , dat het streven van die lieden belangeloos is. Maar dan moe ieder practisch mensch dat socialistisch drijven, dat zoo totaal in strijd is met het wezen der menschelijke natuur, toch beschouwen

als een utopie van dwepers!"

„ Omdat u misschien denkt aan de geijkte gangbare kankatuui,

Sluiten