Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

haar aan de slapen krullende haarvlokjes zijn wangen streelden. „Zoo'n idyllisch plekje als dit, een gouden heerlijkheid als

daar vóór ons, en een vrouw als mijn Carla naast zich is dat

geen hemelfluisterde hij, als indrinkend de zoete weelde van dit uur en de vredigheid van het insluimerend landschap, na de wilde ziele-stormen die in hem gewoed hadden de laatste

vier-en-twintig uren.

Zij glimlachte zonder te spreken, en lei hefkoozend haar hand in de zijne. Alleen het laatste gedeelte van zijn volzin had beteekenis voor haar, en dergelijke haar ijdelheid streelende ontboezemingen werd zij nooit moede.

„En te denken," ging hij na eenige stilte voort, „dat alie menschen zich zoo'n hemel konden vormen, genieten van zon en licht en vrede en liefde en mooiheid.... als de mensch zelf niet die schoone aarde tot een oord van verschrikkingen maakte." ^

„Goede hemel, daar begint hij weer rare dingen te zeggen! dacht zij ongeduldig. Zij ging nu in een bevallige houding met haar armbanden zitten spelen, er een losmakend, die zij vervolgens weer poogde dicht te knippen, maar te vergeefs.

„Och, help me eens, wil je?" en zij hield hem haar rond blank

polsje voor. , ,, , , ,

Hij hielp haar, erg onhandig, de grootste moeite hebbend achter

het geheim der gecompliceerde sluiting te komen. Maar hij was

ditmaal te afgetrokken en te veel met zijn gedachten vervuld om

aan den arm zelf, in verleidelijke witheid uit de kanten der korte

mouw te voorschijn komend, eenige aandacht te schenken.

Zij die alleen het paradijs van het leven kennen, hebben moeite zich die hel voor te stellen," ging hij voort, zich weer naar de zon keerend, „maar toch bestaat zij, al denkt bijna niemand

er aan."

,Welke hel bedoel je toch?" vroeg zij eindelijk met een vagen afkeer van dat woord, dat voor hare katholieke moedei, en min of meer ook voor haarzelve, zoo'n ijselijke beteekenis had.

Haar intonatie, half angstig, zeide hem hoe weinig z« hem begreep, en die absolute naïeveteit, die zooveel bekoorlijks voor hem had, riep een blijden glimlach op zijn gelaat. Wat was het toch belangwekkend zoo'n onontgonnen maagdelijk geestesterrein te kunnen omploegen en verzorgen, en het eindelijk te laten voortbrengen de mooiste bloemen van ziel. Tot nu toe had hij eigenlijk nooit eenig ernstig onderwerp met haar aangeroerd. Daartoe was zoo weinig gelegenheid geweest. Sedert den vongen

Sluiten