Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niet aan daarvan iets voor zich te nemen, ofschoon de anderen er letterlijk geen raad mee weten. Integendeel, zij blijven maar altijd door werken en lekkere uitgezochte dingen bij elkaar halen, om alles te brengen aan die oververzadigden, van wie ze nu en dan een afgekloven been krijgen of iets leelijks, wat zij echter voor zichzelven goed genoeg vinden. En 's avonds, doodmoe, gaan die arme stakkers slapen in vieze koude vochtige hokken, om den volgenden dag in den vroegen ochtendstond alweer van voren af aan te beginnen, zoolang totdat zij er eindelijk dood bij neervallen. Zeg, Carla. hoe zou je die zich afbeulende dieren vinden?"

„Gek natuurlijk," zeide zij geeuwend, maar nu wel zoowat begrijpend wat hij bedoelde. ,. Maar wil je daarmee nu zeggen dat het onder de menschen zoo toegaat?"

„Wel zoo'n beetje, dunkt me tenzij je me kunt aantoonen

van niet."

„Maar wij menschen zijn toch geen dieren? — Omdat we menschen zijn, hebben we nu eenmaal het lagere volk om het nare werk voor ons te doen."

„Dus je vindt ons menschen veel hoogere wezens dan dieren?"

„Ja natuurlijk."

„ Maar vind je dan dat het van zooveel hoogheid getuigt, om andere menschen — want met dat „lagere volk" bedoel je toch ook menschen — al het „nare" werk te laten doen, en te laten armoe lijden bovendien, terwijl wij de mooie aangename zijde van het leven voor onszelven houden?"

Zij haalde de schouders op.

„ Maar niemand kan toch helpen dat er rijken en armen bestaan, en dat het geringe volk daarvoor geschapen is!"

Hij lachte, hij vond haar kinder-logica zoo aardig. Het was voor

hem bijna als een spelen van kat en muis want hij wist zoo

zeker, op die elementaire manier voortredeneerend, haar toch eindelijk te krijgen waar hij haar hebben wilde.

„En wie heeft volgens jou „het geringe volk daarvoor" — je bedoelt zeker voor lijden en hongeren, geschapen?"

„ God natuurlijk die ons allemaal geschapen heeft!" zeide zij

zonder aarzelen.

„God?" vroeg hij eenigszins onthutst.

Hij dacht even na.

„Hoe kan je meenen, Carla," zeide hij ernstig, „dat God, die door de menschen als een Hemelsche Vader, als de Alziende wordt

Sluiten