Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hij stond voor het venster toen zij binnenkwam, en zich dadelijk omkeerend, trad hij naar haar toe met die hem aangeboren hoofschheid, welke hij tegenover de jonge vrouw die in zijn huis een afhankelijke positie innam nooit één oogenblik had verloochend. Sedert het tooneel den vorigen avond in den koepel, had hij haar niet wedergezien; en hij was er nu slechts op bedacht haar elk pijnliik gevoel te besparen.

„Carla " zeide hij, haar voor de eerste maal bij den naam

noemend en hare beide handen in de zijne nemend, „ ik stel er prijs op je de verzekering te geven, dat de keuze van mijn zoon

ons allen welkom is."

„ Dank u ...." fluisterde zij ontroerd, en zoo volmaakt was hare houding zooals zij daar stond, geheel in het zwart, in al haar slanke lenige gratie, het hoofd als gebogen onder den druk harer gewaarwordingen, dat Barthold's vader haar met onverholen bewondering en sympathie aanzag. „Bon sang ne peut mentir!" dacht hij. „Duizendmaal liever een doodarme aristocrate dan een rijke roturière!" En zoo er wellicht, onder het gesprek met zijn vrouw, eenige argwaan bij hem was opgerezen aangaande de echtheid harer gevoelens, thans voelde hij zich voldoende gerustgesteld. „

., En juist omdat wij u zoo gaarne onze dochter willen noemen, vervolgde hij op een toon van zacht verwijt, „ware eene openlijke verklaring ons veel liever geweest.... dat begrijpt ge wel, niet waar?"

„Ja, dat begrijp ik nu en wij hebben beiden schuld," zeide

zij, in lieve verwarring het hoofd nog dieper buigend. „Vergeef mij dat ik aan uwe nobele gevoelens kon twijfelen, maar mijn smartelijke ervaringen sedert mijn ongeluk "

„Verdiep je daar niet meer in, mijn arm kind " viel hij snel

in, drukkend de handjes, die nog altijd in de zijne lagen, met troostende hartelijkheid. Vervolgens trok hij een lauteuil naai zich toe, waar hij haar deed nederzitten en bleef zelf staan, soms op en neder loopend of tegen een der boekenkasten leunend, terwijl Carla, koel en berekenend als altijd, zich afvroeg, wat zich achter zooveel beminnelijkheid kon verbergen. Gelooven aan volstrekte onbaatzuchtigheid kon zij niet, en hoewel inwendig jubelend van vreugde over de zoo onverhoopte ontknooping, zocht zij naar de oorzaak die volgens haar vermoedeu zich schuil hield — een vermoeden waarin zij nog versterkt werd door de plechtige préléminaires van hun onderhoud.

Sluiten