Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ik denk juist altijd aan mijzelve, vrees ik, en in dit geval stellig omdat ik eigenlijk een soort van kinderachtig heimwee heb naar Mama. Over de twee maanden! Zoo lang ben ik nog nooit

van haar af geweest."

„Goed, dan wil ik dit bijzonder geval van de debet-rekening

aftellen. Maar dan de rest?"

„Welke rest?"

..Wel alles wat je doet en wil doen. Je moeielijk ondankbaai enquête-werk, je toynbee-arbeid, je vakbonden en je LabourChurch-plannen waarvoor je naar Londen bent geweest in een

woord alles!" . . , ,

O zeg dat toch niet!" viel Anna haastig in. „ ien opzichte

van dat alles voel ik me juist zoo akelig egoïstisch! Ik vraag me

soms af met een pijnlijk gevoel, of er wel iets goeds kan wezen in

het doen van dingen, die je zóóveel geluk verschaffen. Ik kan

soms zulke vreemde gedachten hebben .... en dan schaam ik me ,

dat mijn leven zoo rijk en gelukkig is, aangezien dit geluk toch

in den grond der zaak zijn aanleiding vindt in het ongeluk van

anderen ...." . „

. Dat is een subtiliteit van voelen, waar ik onmogelijk bij Kan. zei Barthold. Maar dit was een onwaarheid, want hij begreep haar zeer ^oed.

Stel je eens voor," hernam zij, „dat wij in een goedgeordende maatschappij leefden, waar het, volgens onze menschehjke begrippen van' recht, werkelijk rechtvaardig toeging. Welnu, dan zou het geluk waarvan ik nu zoo geniet — het geluk van naar iets

beters te streven, niet bestaan!" _ .

Maar begrijp je dan niet, Anna, dat die intensiteit van geluk alleen voortkomt uit het besef iets te kunnen doen voor anderen, uit de behoefte liefde te geven aan je medemenschen ? En kan ie je ooit voorstellen een wereld of een menschenmaatschappij, waarin het leven voor anderen, of het streven naar idealen zou wegvallen? Je herinnert je wel dat mooie subtiele gezegde van Multatuli: „Genot is deugd." Velen hebben dit natuurlijk opgevat in de gewone platte beteekenis van: „Ga je maar aan alle genotsuitspattingen te buiten; wat prettig is, is deugd." Ik heb het althans meermalen zoo hooren uitleggen, en men heeft zelis daaruit wapenen gesmeed tegen den denker, verklarend zijn verzuchting, dat zijn landgenooten „niet lezen" konden. Den dieperen zin zijner woorden heeft mijn eigen bewustwording mij doen begrijpen: het rijkste levensgenot kennen alleen zij, die het alles-

Sluiten