Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Natuurlijk. En u begrijpt ook wel, niet waar, dat hij er niet de minste schuld aan heeft?"

„ Dat weet ik volmaakt goed. Wel heb ik gemerkt dat hij Carla

zeer bewonderde, zoodat ik zelfs meende dat Of was hij je

vertrouwde ? "

„Ja, hij wist alles."

„O, zoo? Nu, dan heb ik me vergist. Dus wanneer ga je naar hem toe?"

„Zoodra mogelijk. Morgen ochtend, dunkt me. Dan kom ik met een middagtrein terug."

„ Goed. En verzoek hem dan zijn komst een dag te voren onder een of ander voorwendsel af te seinen."

Zoo reisde Barthold den volgenden morgen onverwijld naar Utrecht, waar Robert, na afloop van zijn studiën, weervoorloopig bij zijn ouders woonde. Met een uitroep van verbazing werd hij verwelkomd.

„Jij, Meryan? Ik dacht weinig je nog te zien vóór aanstaande week op Rustoord."

„ Ik dacht het ook niet " was het eenigszins aarzelend antwoord, terwijl hij op uitnoodiging van zijn vriend ging zitten. Hij vond het zelf heel gek, maar nu hij van aangezicht tot aangezicht tegenover Robert stond, achtte hij de taak, die hem eerst toescheen niets te beduiden te hebben, verre van gemakkelijk, was hij zich vooral bewust voor iets dergelijks het noodige savoir-faire te missen.

Hij begon dus over koetjes en kalfjes te praten, geheel in het midden latend waarom hij den ander zoo onverwachts voor de oogen stond, terwijl Robert hem een beetje spotachtig gadesloeg, hem veel te goed kennende om niet te zien, dat hij niet volkomen op zijn gemak was.

„Maar nu weet ik nog niet waaraan Utrecht het voorrecht dankt je binnen zijn muren te hebben?" vroeg hij eindelijk, nadat zij geruimen tijd gepraat hadden. „ Toch niet om mij een paar dagen vroeger te zien ? "

„ Neen, dat juist niet. Ik ben eigenlijk hier om je te vragen

niet op Rustoord te komen. En ik stel je hoog genoeg om je openhartig de reden te zeggen."

Sluiten