Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

liet hij zich in zijn kamer bedienen, geen acht slaande op de verwonderde blikken van het huispersoneel, nauwelijks aanroerend de spijzen hem gebracht, totaal gevoelloos aangaande de mogelijke vermoedens of gissingen der buitenwereld. Zijn eenige preoccupatie was zichzelf meester te worden, zijn ziekelijke nervositeit te domineeren door zijn wil, te redeneeren met zichzelf als ware hij een dubbel wezen, zich voor te houden dat het zoo niet blijven kon en er op de een of andere wijze een oplossing komen moest uit dezen afschuwelijken chaos, die dreigde zijn verstand aan te tasten.

Zoo verliepen ongeveer acht dagen, toen op een middag bij zijn tehuiskomst een der dienstboden hem zeide, dat Mevrouw naar Amsterdam was vertrokken. Tegelijkertijd reikte zij hem een gesloten couvert over.

Hij scheurde het open:

„ Deze toestand is onhoudbaar. Ik zoek een toevlucht bij je ouders." X

Hij stond in de gang met het papier in de hand, zeide niets en ging, door het kamermeisje nieuwsgierig nagestaard, de trap op. In zijn kamer gekomen, slingerde hij het briefje weg, als verbrandde het hem de vingers, en wierp zich op een stoel neder, het hoofd in de handen geklemd. Al deze laatste dagen, waarin hij in angstige spanning elk geluid in huis bespiedde, ieder oogenblik vreezend haar tot zich te zien komen in de een of andere nieuwe verleidelijke gedaante om zijn wil aan het wankelen te brengen, had hij zóó ontzettend geleden, dat gedachten aan zelfvernietiging bij hem waren opgekomen. En nu zat hij daar, wetend dat alles een einde had genomen, dat zij uit vrijen

wil was heengegaan en hij zag om zich heen en kon voor

het eerst vrijer ademhalen.

De zware druk was van hem afgewenteld. Hij kon weer zichzelf worden, vrij denken en handelen als voorheen. Deze uitkomst had hij niet voorzien. Hij had gemeend voor altijd een bestaan te moeten leiden als dat der laatste acht dagen. En nu was hij plotseling verlost, bevrijd van haar, die hij steeds duidelijker was gaan begrijpen. Met de helderheid van een visioen was in deze dagen voorbij zijn herinnering getrokken alles wat er van den eersten dag af tusschen hen was voorgevallen: haar eerste liefdesbekentenis in den koepel, al haar manoeuvres en listen en kunstgrepen om hem, naïeven onnoozelen dwaas, te omstrikken, hem te doen erelooven. dat zii hem in stilte liefhad.

Sluiten