Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Nooit!" viel Barthold heftig in. „Tusschen haar en mij is alles uit. Ik wil haar nooit weer terugzien. Zij is onwaar, zij is een bedriegster een zachteren term kan ik niet vinden. Zij is verachtelijk in mijn oogen!"

„ Barthold, je bent krankzinnig! Weet je wel wat je zegt ?

Zij is je vrouw, je wettige vrouw."

„ Zij is mij niets. Zij is door middel van een leugen — neen van duizend leugens mijn vrouw geworden, om verzorgd te zijn. Zij heeft eenvoudig haar schoonheid verkocht als "

„Zwijg! Ik gebied je te zwijgen!" donderde zijn vader hem tegen, terwijl hij opstond.

Barthold zweeg. Maar de toomelooze, hem zelf verbijsterende drift, die hem eens zijn broeder met een mes had doen verwonden — diezelfde drift voelde hij nu over zich komen, nu zijn eigen vader, het voor Carla opnam tegen hem. En trillend over al zijn leden, hijgend, beurtelings bleek en rood wordend, hield hij zich krampachtig aan een meubel vast.

„Ik geef je veertien dagen bedenktijd," ging Meryan voort na een pauze. „Als je, zooals je plicht je gebiedt, je wettige vrouw na dien tijd wilt ontvangen, is alles nog te herstellen, en zal zij en zullen je moeder en ik alles vergeven en vergeten. Zoo niet.... weet wat je doet, maar dan erkennen wij je niet langer als onzen zoon, dan trek ik mijn handen van je af, geheel en al — begrijp

me goed geheel en al! Dan kan je zien, hoe verder met je

krankzinnige theorieën de wereld door te komen!"

Barthold sprak geen woord, en zijn vader vermoedde niet hoe wreed hem verscheurden juist die laatste woorden, die laatste bedreiging, alsof het onthouden van geld hem dieper moest treffen, dan het bewustzijn hun liefde te hebben verloren.

Meryan zag naar hem, die daar stond met de verwrongen trekken en de wijde strakke oogen van een gemartelde. Maar zijn hart verzachtte zich niet. Wel was het hem als brak er iets diep in zijn ziel, maar tegenover zoo'n misdadige halsstarrigheid was toegeven onmogelijk!

Toen niets de stilte in de kamer verbrak, keerde hij zich om en

ging naar de deur.

„Je hebt gehoord wat ik gezegd heb, nietwaar? Veertien dagen

geef ik je uitstel."

,, Ik heb geen uitstel noodig," klonk het gedempt , bijna fluisterend. „Ik wil haar nooit wederzien!"

Meryan klemde de tanden op elkaar. Hij kreeg een gevoel alsof

Sluiten