Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

*

ongeluk, dat zijn jong leven dreigde te breken, zoo ontzettend, dat het haar werkelijk aangreep en schokte. En niemand besefte dit zoo goed als haar man, die opmerkzaam het gansche relaa3 had aangehoord.

„Zeker is de arme jongen voor het oogenblik te beklagen," zeide hij met een zekere optimistische kalmte, „ ofschoon het eigenlijk als een zegen is te beschouwen, dat dit dwaze huwelijk op zoo'n wijze eindigt. Het had veel erger kunnen zijn. Maar dat wij niets voor hem doen kunnen, ben ik niet met je eens. Wij kunnen alles voor hem doen. In de eerste plaats zal jij wel zorgen dat hij bij ons een tehuis vindt. Vervolgens zal ik hem aan

betaald journalistiek werk helpen Hij kan correspondent van

een paar groote Duitsche partij-organen worden. Hij is zoo drommels knap, die jongen, dat ik dienaangaande niets bekommerd ben. En die brouille met zijn vader — nu, die behoeft immers ook niet eeuwig te zijn. De tijd slijpt alle scherpe kanten af. Zoo kan ik me bijvoorbeeld best voorstellen, dat jij zelve over een paar jaar of zoo als bemiddelaarster optreedt — en ik wed, dat als die grimmige oude Meryan, die, hoe autoritair ook, een zeer gentlemanlike figuur moet wezen, een vrouw als jou tegenover zich heeft, hij in een minimum van tijd getemd is."

Zij werd bijna boos. Haar man wist wel hoe hij haar plagen kon.

„Foei! hoe kan je nu nog schertsen, Denners, nu het zoo'n droevige zaak geldt!"

„Bedoel je dat huwelijk met die voor hem allerongeschiktste vrouw? Och, zoo heel tragisch kan ik dat ook al niet opvatten, scheidingen zijn dagelijksch werk. En zoo'n resoluut doorhakken van de knoop vind ik veel beter dan al de ellende die gewoonlijk ontstaat, wanneer niet-verwante zielen aan elkander geketend blijven."

„Niet-verwante zielen!" viel zijn vrouw verontwaardigd in. „Dat is toch wel wat al te zacht uitgedrukt tegenover dat wezentje. Ik vind haar moreel een onding."

Hij glimlachte.

„Volgens ons zedelijk wetboek, ja maar niet volgens dat

van onze samenleving. Zou er wel één op de duizend of zelfs op de tienduizend wezen, die dat meisje veroordeelt omdat zij trouwde uit zelfbehoud? Integendeel, men vindt zoo iets heel verstandig en hoogst zedelijk, ja bijna een soort van plicht. Men schreit dichterlijke tranen om een fictieve Gretchen, maar wee haar, die

Sluiten