Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

viel Denners in. „De gerevolutionneerde werkelijkheid geeft den herboren mensch. Dat axioma, dat de quintessens vormt van al zijn geschriften en elk zijner redevoeringen, maakt zijn kracht uit. Men moet eenigszins leerstellig wezen om een denkbeeld een machtige impulsie te geven. Karl Marx, die geniale geest, die reus in denkkracht, heeft een richting, een school gevormd, en van die school is Martalis een der bekwaamste adepten. Hij doet ons zien den mensch het resultaat van zoogenaamde materieele omstandigheden en de daaruit voortvloeiende geestelijke eischen en ethische behoeften. Verander dus de omstandigheden, maak, door economische en industrieele samenwerking, naastenliefde en gemeenschapsgevoel tot een dringenden noodzakelijken factor in de samenleving; maak van dien factor de basis en zelfs de drijfkracht der maatschappelijke organisatie, en eindelijk na honderden eeuwen worstelens, zal dat gemeenschapsgevoel domineeren in dezelfde mate als thans de meest verwoede zelfzucht en naastenhaat domineert. Want waarom domineert heden ten dage de zelfzucht?.... Omdat zelfzucht, omdat naastenhaat is een economische noodwendigheid, waarop het concurrentiestelsel berust, zoodat de maatschappij zonder die zelfzucht te gronde zou gaan. Nu begrijp je wel, dat een Marxist niets aan afzonderlijke preeken of toespraken of ethische invloeden hecht; want ethische invloeden groeien volgens hem uit den bodem van het bestaande en wordende! Integendeel, hij zal alles wat het socialisme tot een gevoelskwestie dreigt te maken een gevaar achten voor den klassenstrijd en voor de felle economische worstelingen, die het proletariaat moeten vrijmaken."

„Is u geheel Marxist, papa?"

„Alweer schijn ik een geloofsbelijdenis te moeten afleggen," zeide hij glimlachend. „Neen, Anna, ik ben, ongelukkig genoeg, nooit geheel dit of geheel dat; als ik dat kón wezen, zou ik veel meer kracht kunnen oefenen. Ik ben meer philosophisch aangelegd. Ik zie niet of wit öf zwart, maar allerlei tusschentinten, die me beletten me aan een bepaalde dogmatische school te verbinden. Maar ik zou wel haast willen," vervolgde hij hoofdschuddend, „dat jij geheel en al Marxist was, want dan zou dat enthousiast hoofdje een beetje koeler zijn. Jij en Martalis samen in een smeltkroes geworpen , zouden de volmaaktheid vormen...

Bij deze woorden zag hij even zijn vrouw aan, die hem met een blik van verstandhouding beantwoordde.

„ Ik voor mij," hernam hij, „ geloof aan beide elementen, èn het stoffelijke èn het geestelijke, den mensch knedend en vor-

Sluiten