Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

anders.... en gewoonlijk dan wanneer onze hoop haar volste intensiteit heeft verloren."

Maar Anna was te veel vervuld met de argumenten in haar schrijven aan Martalis vervat, dan dat op dit oogenblik een koel verstandelijke redeneering haar geestdrift kon temperen. Zij sloot haar brief, schreef liet adres en ging de kamer uit om hem dadelijk bij Martalis te laten bezorgen.

„ Zou zij volstrekt niet vermoeden wat er in Frank omgaat ?" vroeg Denners toen hij dien avond met zijn vrouw alleen was.

„Ik geloof het niet. En nu hij haar met de Arbeidskerk teleurstelt, zeker minder dan ooit. Dat is ook weer geheel en al zijn natuur. Onbuigzaam als staal waar het een beginsel geldt, en te loyaal om ooit te transigeeren. Maar ook zonder dat zou toch nooit.... Voor mij is het duidelijk dat haar hart nog voor géén man sneller heeft geklopt."

Zoo geloof je dat ? Dan ziet het er voor den goeden jongen

slecht uit!" zeide Denners met volmaakte kalmte. Daarna kwam er een gevoel van sekse-solidariteit over hem. „ Zou je niet — wanneer hij weer eens over haar spreekt — hem een wenk kunnen geven in dat opzicht? Misschien bespaar je hem zoodoende een deceptie, in elk geval een blauwtje...."

„ Mij dunkt dat het beter is me met niets te bemoeien. Bovendien, ik kan me vergissen. De ontdekking dat hij van haar houdt, kan wel als een openbaring werken, en ongekende snaren doen trillen, wie weet! Een jong meisje is een gecompliceerd wezentje dat zichzelf niet eens altijd begrijpt."

„Je hebt gelijk. We moeten er ons buiten houden, en de jonge lui hun eigen zaken laten klaar spelen. Tant pis, als de arme jongen zich misschien illusies maakt."

„Ik zou hen gaarne een paar hebben zien worden; zijn sterk karakter zou zoo'n goed tegenwicht vormen voor het vrouwelijk sensitieve van haar natuur."

„Jawel, volgens gewoon menschelijke berekening zouden zij goed bij elkaar passen. Maar ronduit gezegd, heb ik nog liever dat niemand haar komt weghalen. Dat eeuwige trouwen is ook maar onzin. Laat zij stilletjes bij ons blijven."

„ Foei! wat ben je egoïstisch!"

„Ontdek je dat nu pas?" plaagde hij. „Alle mannen zijn aartsegoïsten. Verlang er dus maar niet naar ons arm kind aan een van die zelfzuchtige wezens af te staan!"

Sluiten