Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het rijtuig hield stil. Hij stapte uit, betaalde den koetsier, schelde aan, en juist op dat oogenblik kwam een kruier naast hem staan, die, na een blik op het huisnummer te hebben geworpen en vervolgens op een brief, dien hij in de hand hield, aan zijn pet tikte en hem aansprak.

„ Er staat geen naam op de deur. Weet u ook soms, meneer, of ik hier terecht ben bij mevrouw Meryan—Martignel?"

„Ja, je bent terecht. Is dat een brief voor mevrouw Meryan? Geef maar hier. Zij is mijn dochter. Is er ook antwoord noodig?"

„ Als u zoo goed wil wezen, meneer — neen, er is geen antwoord noodig."

De man, blijde dat hij niet behoefde te wachten, ging met echte kruiershaast heen. En Meryan, geheel en al werktuigelijk zijn oogen op het adres werpend, herkende de hand van Johan.

„Een brief van Johan aan haar.... hoe vreemd!" dacht hij, de enveloppe om- en omkeerend, als kon een nauwkeuriger beschouwing hem op den weg helpen.

„En Alie is toch thuis. Waarom behoeft hij dan te schrijven? En waarom ter wereld laat hij het door een vreemden kruier brengen, in plaats van door zijn eigen oppasser, die er voor is om de boodschappen te doen?"

Er kwam iets over hem — iets waaraan hij geen naam kon geven, maar dat hem plotseling zweetdroppels op het aangezicht deed parelen. En inmiddels stond hij nog altijd op de stoep, niet wetend hoe lang hij al gewacht had, maar zich verbeeldend dat het heel lang was geweest.

Hij schelde nogmaals, ditmaal heel hard, en deed toen snel den brief in zijn borstzak verdwijnen.

Eindelijk werd hem opengedaan door een als groom gekleed huisknechtje, dat hem, op zijn vraag naar mevrouw, in de zijkamer liet; en een oogenblik later kwam Carla bij hem, slank en elegant in een mauve peignoir van zachte fluweelachtige stof, over een a jour bewerkte onderjapon geslagen.

„Dag papa; komt u liever achter, het is zoo donker en ongezellig hier." En na een hartelijk handdrukje zweefde zij bevallig hem voor naar de tuinkamer, waar de October-zon vroolijk door de roode stores scheen en zij een der pouffs naar hem toeschoof, die met tal van andere aardige stoeltjes, van allerlei vorm en kleur en maaksel, overal verspreid, het vertrek op een soort van meubelmagazijn deden gelijken.

„ Ik kom zoo rechtstreeks uit Delft —" begon hij, onwillekeurig

Sluiten