Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

je nu — wat natuurlijk moet gebeuren — je met je vrouw zult verzoenen, mag die Anna niet meer voor je bestaan! Dat begrijp je toch wel?"

Barthold sprak nog altijd niet. Hij hoorde volstrekt niet wat zij het laatst gezegd had. Die plotselinge revelatie van daareven domineerde hem geheel. Hij beluisterde nu alleen zichzelf, zijn eigen harteklop. Wel herinnerde hij zich hoe, in zijn koortsdelirium, hem aanhoudend had omzweefd iets liefelijks en rustgevends waarnaar hij smachtte, maar dat altijd ver bleef en nooit nader kwam. Of dat iets — dat hem als een droombeeld was,

de trekken van Anna had dat herinnerde hij zich niet meer.

Hij wist alleen maar zijn verlangen, om te kunnen bereiken dat hem verkwikkende, als ware hij een dorstende die in de verte een koele bron gewaar wordt. O! het droomzoete van dat hem steeds omzwevende visioen!

Hij leunde achterover in zijn ziekestoel, de oogen sluitend. Zijn moeder vermoedde weinig wat er in hem omging, en hoe hij, door haar op het spoor gebracht, zich nu langzamerhand ging verklaren dat heimwee naar Anna, dat, zoodra zijn bewustzijn was teruggekeerd, hem was gaan kwellen.

Johanna vond zijn zwijgen een gunstig teeken.

„Hoe denk je er over, Bart? Willen we haar nu maar eens laten komen?"

„Ja, moedertje, laat haar komen, al is het maar even! Zij is

zoo goed voor me geweest het heele laatste jaar en ik heb

ook zooveel met haar te praten over ons gemeenschappelijk werk."

„Och, ik bedoel dat meisje niet ik bedoel Carla natuurlijk —

Carla, je eigen vrouw!" zeide Johanna knorrig wordend.

„ Carla!" herhaalde hij op een toon van innigen afschuw. Toen richtte hij zich overeind met iets van de vroegere energie.

Geen woord meer over die vrouw, moeder, als u mij niet

tot het uiterste wilt brengen! Ik ben nog niet sterk genoeg

voor discussies!" — Hij greep met een gebaar van pijn zijn hoofd vast, alsof de gloeiende tangen, die weken lang zijn hersens hadden omwoeld, hem weer gingen folteren. En Johanna, ziende hoe zijn gelaat plotseling als vertrokken werd, schrikte hevig.

„Neen, neen, blijf bedaard, ik zal haar niet meer noemen, ik beloof het je!" zeide zij schielijk. ,,Wat ben je nog zwak en zenuwachtig! Wacht, je ziet opeens weer vuurrood! Ik zal een compres met water op je hoofd leggen!"

Sluiten