Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vocatie, nu, dan is er niets aan te doen natuurlijk, en moet zij die volgen.

„Misschien kunnen jij en ik na de kuur te Wiesbaden, als moeder en zus huiswaarts keeren, wel ergens te zamen komen

en nog een uitstapje maken hier of daar heen en dan gauw

naar Delft terug. Want hoe ik ook van veel dingen hier geniet, ik verlang toch bovenal mijn arbeid weer te hervatten. En dan mijn eind-examens, en mijn Labour-Church, die al zoo'n uitbreiding kreeg! Heel lang zal het dus niet meer duren of ik kom tegen mijn gedwongen werkloosheid in opstand."

Toen Robert Kant dezen brief kreeg, die nog een bladzijde lang op dien toon voortging, las hij het eerste gedeelte wel tienmaal over.

„Ziekenverpleegster?" dacht hij. „Dat mooie kind, ziekenverpleegster! Is hij stapel geworden? Welzeker, hij heeft goedpraten! Geen wonder dat het voor den ouden man een slag zou wezen!

Dat ontbrak er nog maar aan Zijn zoon een communard en

zijn dochter in een gesticht! Zóó iets kan zelfs een wijsgeer als ik niet goedschiks verwerken. Het is een echte Filistijn, die oude Meryan, dat is waar, en zelfs een die niet tot de slimsten behoort, want de Delila door hem in den arm genomen, heeft jammerlijk gefaald; maar.... dit spijt me nu toch voor hem. Men moet maar ongelukkig zijn in de wereld!

„Weet je wat.... ik ga 'n kijkje in Wiesbaden nemen. Ik wil er toch wel eens uit. En daar zij mij heelemaal vergeten is, kan ik dat best doen. Een vocatie! Onzin, die vocatie! Hij schrijft zelf dat zij zich te dom vindt voor iets anders, arm kind — een vocatie is het dus zeker niet! Die Bart is eenig met zijn „invloed van vriendinnen"! Klinklare onzin! Niets dan een jonge meisjes-déceptie! Ik ben natuurlijk niet zoo gek van me te gaan verbeelden dat ik nog de „hij" ben! Maar een „hij" is er! Een vocatie! Hij is belachelijk, die goede jongen, met ziin vocatie!

„Als de bewuste „ hij" een ander is, kan mijn verschijning niets geen kwaad.

„ Maar als het nu eens was dat....

„Bah! advienne que pourra! Dan ben ik waarlijk niet te beklagen, en heb ik ten minste in die immoreele huwelijksloterij

het hoogste lot getrokken want mijn heele leven alleen blijven

gaat toch ook niet. Ik, die een reine belangelooze liefde onbestaanbaar acht, krijg dan toch in ieder geval iets wat er

drommels veel op lijkt! Al kan ik niet sentimenteel verliefd

Sluiten