Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ongedroomd, geheel en al nieuw was dat geluk, nu hij eindelijk leerde kennen de liefde eener reine vrouw, eindelijk wist wat het was en wat het voor een man beteekende de adoratie van eene, wie hij kalm en onbevreesd in de trouwe klare oogen kon zien, — oogen zonder schaduw of verborgenheden, oogen die hem niet bedwelmden en half krankzinnig maakten, maar hem dankbaar stemden en rustig en vertrouwend, wijl niets daarin meer te peilen was. Hij kon zich nu geven zonder voorbehoud, zooals hem dat langzamerhand, naarmate zijn vroegere eenzelvige ombrageuse natuur zich wijzigde, tot een behoefte was geworden. En wanneer hij dan, in een plotselinge reactie van denken, zich weer ging verwijten zijn geluk en zijn vergeten van den scheidsmuui tusschen hen oprijzend, was zij zijn verzoekster, ontzenuwend zijn tegenstand.

„Ik kan en wil het offer van je leven niet aannemen," zeide hij eens. „Als ik mijn eindexamens gedaan heb, zal ik uit je gezichteinder verdwijnen, en de twee laatste jaren van mijn leven beschouwen als een droom, te mooi om ooit realiteit te kunnen worden. De maatschappij is nog te bekrompen, te dom-wreed. Zij zou jou, arm onschuldig kind, met modder werpen en haar.... de zoogenaamd „ fatsoenlijke" wettige vrouw hemelhoog verheffen."

„ Het is geen offer. Het is mijn eigen geluk dat ik voet voor voet verdedig en zal vasthouden, tegen jou zelf in ...." antwoordde zij. En toen met iets van de oude ondeugendheid, die ten opzichte van de stelling der vrouw haar nog menigmaal tegenover hem bezielde: „ Dat is weer — beken het maar — het echt ouderwetsche begrip, dat de overhand bij je heeft — het begrip van mannelijke verantwoordelijkheid tegenover de volslagen mo reele ontoerekenbaarheid der vrouw!! De man, de eenige handelende wil.... de vrouw, het lijdelijke onverantwoordelijke kind! Maar ik voel me op mijn drie-en-twintigste jaar geen kind en ook niet ontoerekenbaar.... Ik weet wat ik' doe, weet wat ik trotseer en.... zoo je het als een offer wil beschouwen, welnu, is het niet heerlijk onzen echt met een offer in te wijden? Zelfs al was je wettelijk vrij, zou er dan op onze verbintenis die heilige sanctie rusten van nu?.... Als je mij wil verstooten, volg ik je de geheele wereld door. Je vindt me op den drempel van je woning als je die verlaat, en je vind er mij weer als je terugkeert zoolang, totdat je mij eindelijk tot je neemt."

Hij zag haar aan, kussend met eerbiedige vereering haar lian-

Sluiten