Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

UIT EEN VORIG EN BUNDEL

Zoo smartlijk teêr en toch zoo toov'rend schoon,

Dat zelfs de zwaan haar laatsten zang vergeet

En zwijgende onderduikt en luist rend sterft.

En roerloos lag ik aan den rand van t vaartuig,

Dat voortdreef boven 't zilverblank paleis .

Ik zag der bloemen bleeke, stille kelken,

'k Zag duizend wond'ren waar de taal bij zwijmt,

En eenzaam tusschen 't loover zag ik haar :

Zij zong — alsof die ziel gebroken ware

En al haar lijdenslied'ren lang en langzaam

Te voorschijn vloeiden, immer weder vloeiden,

Daar 't zwaarste 't diepst in t harte was gezonken

En als herinn'ring steeds daar achterbleef.

Ik voelde een kus op 't voorhoofd, hoorde een lach,

Een stem, wier dartle klank mijn mijmring brak,

En toen ik opzag gleed het vaartuig kalm

Aan groenen oever en mijn gidse stond

Reeds daar en wachtte dat ik volgen zou.

Ik volgde dan, doch niet als kort geleên,

Daar 't zwaarst wel diepst in t harte was gezonken,

Doch als herinn'ring steeds daar achterbleef...

Sluiten