Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

UIT EEN VORIG EN BUNDEL

FEEËNZANG

Wanneer bij het gelen der blaren Schuwvoetige sluimering vlucht,

Dan lig ik in dorrende blaren En staar in de stormende lucht.

Mijn zachte armen omvangen Den moêgezworven knaap,

Ik kus zijn bleeke wangen,

Ik kus h?m in zijn slaap.

En dan vloeit van mijn lippen een zegen, Met dit lied mijner lippen voorbij;

Want de zon ziet in 'toosten mij tegen, De zon verlangt naar mij.

Sluiten