Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

III

H ADES

'k Had een droom van Aïdoneus :

Hoog zat hij neer op grauw en brokklend rots, En zelf dat brokklend, grauw graniet gelijk, — Zóó eenzaam als ik nooit een stervling zag. De linkerhand steunde de ontzachbre kin En de and're hand lay naast hem. rots nn rntc

o > r • -vw

Omkruld door vale loovers, bloesemloos.... En bleek en lichtloos gleden door de rotsen

De schimmen, die daar eeuwig, eeuwig zwerven En ieder vlood met afgewend gelaat,

Omdat zij zelf dien rouw niet dorsten zien. Maar Hades zag niet, tot hij eindlijk 't hoofd Geweldig hief, doch doelloos om zich staarde, Als een, die aan iets denkt en opziet, doch In 't zoeken reeds vergeet, waarnaar hij zocht; Maar in dien eenen stond was 't of verachting Verdelgende over 't hoofd dier dooden streek. .

Sluiten