Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ANANGKE

Toen zag ik aan een meer, het meer des doods,

Een vrouw met vaal gelaat en geluw haar; Zij schepte 't water op, maar liet altoos De droppels vallen, alle na elkaar.

En daar ik bij haar stond zoo vraagde ik haar; Maar zij zag op noch om, bewegingloos :

»Ik heb een vriend : is haast de druppel daar, Waar hij meê valt, of gunt ge 'm nog een poos?"

En wijl de druppels vielen, sprak zij zacht:

«Ziet gij die golf, die zich hierheen beweegt? Straks zult gij zien wanneer zij naderkomt, Hoe al haar ruischen aan mijn voet verstomt; Als dan mijn hand zich op en neer beweegt Valt ook zijn leven klankloos in den nacht. ..."

Sluiten