Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EEN ZOMERAVOND

De poëzie komt over me als een droom Vol sterren en een liefelijke nacht Van duister, waar me een hel gelaat uit licht En vriendlijke oogen — enkel dat gelaat,

Want al de rest is nevel zonder vorm.

En heel den nacht nijg ik me er heen en houd Stille gemeenschap tot de morgen daagt.

Dan lig ik stil met half geloken wimpers Te staren, waar ik telkens nog den lach Dier oogen meen te zien en 't blonde haar Half over 't voorhoofd — dan zijgt zijwaarts af Mijn hoofd in 't kussen en ik slaap in 't licht.

Sluiten