Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TWEE FRAGMENTEN

I

Mijn hart verlangt naar het verloren land — 't Is ziek van zangen als de nachtegaal In d'appelboom voor 't venster, die daar zingt Verliefde lied'ren heel den stillen nacht.

Nu hoor ik zangen, maar 't zijn zulke niet,

Want waar zij vallen in den nacht, beweegt De schoone stilte en kreunt gelijk een kind, Dat, half ontwaakt, zich omwendt en dan kalm Weer verder droomt. —

II

En droomloos stil als een, *

Die aan den laatsten wagen van een trein

Sluiten