Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

IV

»Ik heb van al mijn deugden en gebreken Slaven gemaakt, die voor mijn voeten knielen En bieden elk hun kunst: — mijn uren krielen Van vreemde vreugden, die 'k niet uit kan spreken.

'k Heb nooit de rijke beelden uitgestreken,

Die van 't penseel van deez' mijn slaven vielen En zondigden, — van wat in menschenzielen Kan wonen is geen ding mijn ziel ontweken.

En weinig heb ik van die pracht genomen,

Dat ik den menschen toon, die naar mij vragen: 'k Maak hun een mythe van mijn zonde en droomen

En als ik dood ben zullen vele dagen Vreemde verhalen gaan, van mij gekomen,

En dit geslacht tot in hun graven plagen."

Sluiten