Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

IV

Ik heb mijn hart ü tot een huis gewijd, En midden in het binnenst heiligdom,

Waar de outerkaars in 't donker gloeit, verbeid Ik u, mijn lief, mijn zoet sieraad alom!

Ik sloeg mijn ziel dit zoete donker om,

Alleen om ü te ontmoeten, die me altijd

Belooft te komen, in 't geheim, na stom Eerbiedig beiden eenen kleinen tijd.

O kom, mijn lief, die nog zoo verre staat. k Verwacht in 't donker ginds uw licht gelaat... Ik-zelf ben een visioen van nacht en gloed!

O kom, mijn zoete Gloed, mijn somb're Nacht! 't Mysterie is ondoofbaar, — doch ik wacht Met beving, daar ik eenmaal sterven moet.

Sluiten