Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XIII

Ik zal de Moiré bij de handen vatten

En worstlen lijf aan lijf, en 'k laat haar niet Voordat het rokken uit den weefstoel schiet, En de eeuwge draden uit elkander spatten.

Als dan de wereld om ons heen vervliet Tot chaos, leert mijn ziel haar krachten schatten, En dan rusten mijn handen eerst, de matten, Wanneer op haar gelaat de tint verschiet.

Daarna zal ik, dien zij niet kan weerhouden, Nieuw leven weven uit dien grooten dood, En 't zal het wonder mijner werken zijn:

Want zie, ik zal een liefelijken schijn Van vreugde en liefde, als soms mijn ziel omvloot, Zacht leggen in uw oogen, die zoo rouwden.

Sluiten