Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XXVIII

Als een Ethiopisch vorst zijn gloênden stranden Een vloot ontzendt, met schatten rijk geladen,

Goud en ivoor en heerlijke gewaden,

Xen groet en gave een vorst van vreemde landen.

De schepen pronken langs de blauwe paden,

En heel een bonte stoet gaat uit bij t landen, Slavinne' en slaven, met gebogen handen

Knielend ten troon, met schalen en sieraden:

Zóo dringt zich heen de drom van mijn gedachten, Om u, mijn Vorst en Vriend, geknield te groeten, Met pracht van 't eêlste, in mijn gemoed gevonden

Voor u zal 'k volle vloot op vloot bevrachten, Met rijken zang en liefde, en voor uw voeten De schatten hoopen, die hier onnut stonden.

Sluiten