Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XXXIX

Als een geloovig man, — maar slecht ter taal,

Al spreekt hij soms van dingen goed en schoon, — Zoodra hij spreekt van zijn geloof, door toon En blik wél-sprekend wordt in 't vroom verhaal;

En vol devotie zoekt naar pronk noch praal Van woord of beeld, of onoprecht betoon Van eigen deugd, geloovende in dit loon,

Dat God hem hoort en zorgt dat hij niet faal'; —

Zoo spreek ik ook van u en zeg altijd Uw deugden, want daarin is al mijn eer,

En 'k ben wèl-sprekend, daar ik van ü spreek.

Laat mij dan in mijn schoon geloof en lijd Dat ik met zang op zang dit boek vermeer': Het is uw werk, schoon 't ü zelfs 't mijne leek.

Sluiten