Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Doch midden door haar droomen dreunde en viel

Eén doffe galm, als 't bonzende geluid

Eens verren aardschoks: 't waggelde op de lucht,

Als 't dof gedreun van een zwaar wagenheir,

Wen wagenen met paarden zonder tal

Rollen ten strijde: zoo drijft soms de orkaan

Gescheurde takken en gedord geblaart'

Gierende voort door de engten van 't gebergt', —

Of jaagt de golven van de groote zee

Voor zich omhoog, tot de eene op de andre valt,

En alle breken, met éen lang gedruisch,

Neêrdreunende op het Aziatisch strand.

Zóo deinde 't schokkend door het hoog geboomt',

Aanzwellend van 't meer Pergus.. ..

Doodstil zat

Demeter, angstig, met geheven hoofd,

En al 't geluid bewoog zich door haar brein,

Zóo als de waat'ren van een grooten stroom,

Den Nijl of Mississippi, voortgegonsd,

Met breede slagen vloeden 't lage land —

Zij scheuren de akkers, plompende in 't gegrom: —

Zoo dreven duiz'lend haar gedachten meê,

Sluiten