Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hem tuim'lend van de' Olymp naar d' afgrond zond!

Een God was 't die de Kora heeft geroofd,

Demeter, — Goden slechts gaan in een wolk,

En wie dan Goden rooven een Godin!

Hoor mij: ik zag hoe even vóór den roof,

De Zonnegod zijn rossen nederdreef,

Maar eens nog opzag uit de zee. Volg mij:

In negen dagen zijn wij aan 't paleis

Van Helios: Hij weet, wie Kora greep,

Want alles ziet Hij wat des daags beweegt."

Als een, verzonken in een groote smart,

Te zwaar voor overgang van ziel op ziel,

Niet hoort wat om hem heen geschiedt, maar zit,

Zwijgend — een poos.. . hemzelf een eeuwigheid —

Zoo zat Demeter, maar 't geweldig lijf

Schokte van passie — en toen sprong ze omhoog,

En stond op hare voeten, wijl zij sprak:

»Gij hebt mij wel gesproken, Aphrodité!

'k Zal Kora zoekende over de aarde gaan,

En zoeken tot in 't land van de' ondergang,

Sluiten