Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

IV

Toen zocht ik op de wegen van mijn ziel Al uw gedachten, die daar dag en nacht

Spreken van u: — zóóals men soms mocht zien

Feestgangers, gaande naar een groote stad, Bij troepen op den heirweg; al die liên Maakten verward geluid, en lieten pracht Van kleur'ge mantels, of fluweelen kiel,

Of pluimhoed pronken in het zonlicht, dat Bij vollen middag van den hemel viel: —

Of anders: pelgrims, die in grauwe pij,

De armen gekruist, met zware stappen gaan, Achter elkander, in het koude licht Eens vroegen morgens: — zóó gaan, droef of blij, Al uw gedachten altijd af en aan,

En zijn altijd nabij voor mijn gezicht: — Al dezen vroeg ik en zij spraken mij

Van al uw deugden, groot en wonderbaar,

Want die te zeggen, dat was al hun eer;

En ik besloot hun woorden altegaar

Sluiten