Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Maar mèt u blijft wat ge ons in 't harte drijft, En al wat we, ü ter eer, zeggen in 't Lied.

V

' Toen zag ik eene, een vrouw, wier diepste ziel Lag in hare oogen als een dageraad,

En lucht vol tinten, die weerspiegeld viel

In een stil water: — en als een, die staat Stil op een heide, als heel de heide gloeit,

Purper in 't licht: hij voelt op zijn gelaat Den weerschijn beven, die in golven vloeit Onder de heem'len en hij waant te zijn

Een deel dier ruimte, een kind van de atmosfeer Rondom, en de aarde, die op eens ontbloeit: — Zoo zag 'k mijzelf bewegen in den schijn Harer nabijheid, en ik dacht niet meer Te zijn, bij haar, dan een bloem is in 't licht, Waardoor zij bloem werd, dan het spiegelbeeld Der maan in de' oceaan, dat nachtlijks speelt Onder de golven, doch 't beschaamd gezicht Daar niet kon schuilen zónder de' oceaan ;

Sluiten