Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

7 ; • " Ucf"

ZEVEN SONNETTEN

^ irJt- t&?)

I

Waarom 'k niet meer, voor wie maar hooren wil,

Mijn tong laat klappren als een molenrad,

Buig als mijn pink, geef kopjes als mijn kat, Of u uit vriendschap de arme' uit de oksels til? —

Waarom 'k niet meer verliefd ben, om een gril Bleek zie, zucht als een schoorsteen, kneepjes vat Met handpalm, voetje, oogknipje en weet ik wat Van fluistrend prate', of achter 'n tochtscherm stil

Kussen op 't oor? — Waarom 'k zelfs niet meer kom Bij achtbare families en vergeet

Dat daar bakvischjes zijn, die 'k heb verteld,

Dat een zwart sjaaltje met een zilv'ren speld Hen beter dan een rood met gouden kleedt, En die nu trouw zwart-sjalig zijn? Waarom?

Sluiten