Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VI

En ben ik wreed, omdat ik lachen deed En mooi zijn voor een tijd wie zonder mij Zich hadden doodgeleefd, en nooit een blij Halfuurtjen kenden? — dan is 't Leven wreed,

Dat éenen zelfden naakte in zijden kleedt En rafels, en de zee, die 't eene tij Mooi weer speelt, en d&n scheepje, en volk er bij, Aan stukken stormt; — dan is al wat ooit leed

Eén mensch deed wreed, al gaf het honderd maal

Meer vreugd dan 't smart gaf; — dan was 'k niemand méér Wreed dan mijzelf, want 'k heb zóo meen'gen wensch

Schreiend gedood, dat héél mijn kunst 't verhaal Zal zijn van doode wenschen, die éen keer Dorsten te worden in deez' armen mensch.

Sluiten