Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

I

I

'k Word al te toornig van 't door 't markt-volk loopen: Leeg' hoofden, bunglend boven volle buiken.

Hun mond stinkt dwaasheid uit als vunze kruiken; Munt vuilt hun handen, die al kleinheid koopen.

Al trok 'k met handen hun leêge oogen open,

'k Vond niet één glimp, dien 'k kon in kunst gebruiken; Zij gilden zelfs min mooi dan 't minste kuiken,

Al zou 'k hun 't zots-vel over de ooren stroopen.

Sonnetten schrijf 'k, maar schrijf niet voor 't gepeupel, Dat toornen doet, maar zelf niet mooi kan toornen. Nooit spijz' mijn vers die trage en grove pensen.

't Is kramerstaak te kraaien voor de menschen: De Dichter kent alléén zijn uitverkoor'nen :

De Kunst gaat recht: de Markt loopt lam en kreupel.

Sluiten