Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

IO

Dit is al mensch-zijn, dit 's al klacht en toornen.

Dit 's mijn mensch-lijf, dat 'k pijnlijk voel bewegen. Mijn vers lijdt pijn; 't rijm luidt de langverzwegen Ellende na van ons, menschengeboor'nen.

Eens zullen zijn de heilige uitverkoor'nen

Van 't enk'le schoon-zijn: d i e roepen mij tegen: »Wat dreint gij, klager! hebt ge uw kunst gekregen Tot klacht en toornen om de in vloek verloornen?"

»0, 'k weet het wel," zeg 'k dan, »maar, 't moest zoo wezen. Gij kondt niet klaar zijn, als ik nu niet wolkte. Gij kondt niet stil zijn, als mijn storm niet raasde.

En zéér wou 'k dat ge u niet om mij verbaasde, Dat 'k niet reeds nu alléén mijn Schoon vertolkte; Ook dit zal iemand na drie eeuwen lezen."

Sluiten